|
Op 13 juni zal ik in Oost-Vlaanderen rechtstreeks uitkomen tegen Siegfried Bracke. Hij als lijsttrekker van N-VA, ik als kopman van Open VLD. Een even onverwachte als vreemde concurrent.
Ik heb altijd veel waardering gehad voor de journalist Bracke, ik kon het zelfs goed met hem vinden. En ik snap zijn verontwaardiging, zijn drang om iets te veranderen. Die voel ik namelijk zelf ook. Dat Bracke in plaats van aan de zijlijn te blijven staan, zelf de handschoen opneemt is zijn volste recht en getuigt van moed. Alleen volg ik zijn discours en bij uitbreiding dat van N-VA niet. Bracke stelde tijdens zijn persconferentie dat N-VA de enige garantie is om de welvaart van ons land veilig te stellen via een verregaande staatshervorming. Dat een staatshervorming nodig is, staat buiten kijf. Maar de weg ernaartoe is niet die van het Vlaams nationalisme. Bracke kiest voor een partij die de confrontatie opzoekt, die ervoor zorgt dat de eenheid in dit land steeds verder te zoeken is. Ons land heeft juist nood aan openheid, aan vernieuwing, aan een nieuwe generatie politici die over de taalgrenzen heen kijkt en naar oplossingen zoekt in plaats van het conflict te propageren. Zoniet blijven we steken in immobilisme en daar is niemand bij gebaat.
Want laat ons nu eens de puntjes op de ‘i’ zetten. De rampzalige periode van immobilisme is het rechtstreekse gevolg van een verkiezingsbelofte van het kartel CD&V met N-VA dat honderdduizenden kiezers voorhield dat met ‘5 minuten politieke moed’ het probleem van BHV kon ontmijnd worden. Iedereen binnen het politieke bestel, en al zeker Wetstraatjournalisten, wisten dat dit compleet onmogelijk was. Het communautaire opbod, maar vooral de onwil om tot een redelijk akkoord te komen vanwege N-VA, verlamt dit land nu al drie jaar. En die onverzettelijke houding van N-VA is helemaal niet onlogisch. Die partij wil, net zoals het Vlaams Belang, de splitsing van het land en niets anders. In die zin is het opzet van de N-VA om via de persoon Bracke zich een gematigder profiel aan te meten bijzonder doorzichtig. N-VA heeft de electorale wind in de zeilen. De kiezers moeten echter heel duidelijk weten dat ze daarmee de situatie verder blokkeren en we verder dan ooit af staan van een goed communautair akkoord. Een akkoord dat hoog nodig is om de urgente sociaal-economische uitdagen waar we voor staan, aan te pakken.
De essentie op 13 juni is de vraag of de separatisten, waaronder N-VA en Vlaams Belang, het voor het zeggen krijgen waarbij we onvermijdelijk afstevenen op een bijzonder zware institutionele crisis die maanden, zelfs jaren kan duren. Of dat de partijen die het land willen samenhouden de sleutel in handen krijgen om te komen tot een efficiënte staatshervorming waarna snel maatregelen kunnen genomen worden om onze economie en sociale zekerheid weer op de rails te zetten. Ik verafschuw het eerste scenario en zal er mij met elke liberale vezel tegen verzetten. Het nationalisme is als een dodelijk gif dat de rede verlamt en gevoelens van afkeer voor de Ander stimuleert. Het zal ons volop de weg doen inslaan naar een intolerante, op zichzelf gekeerde en gesloten samenleving. Een bekrompen Vlaamse natiestaat die zich afsluit voor de boze buitenwereld. Ik kies resoluut voor het tweede scenario. Een keuze voor de rede waarbij we in dialoog met onze zuiderburen nieuwe ijkpunten plaatsen en volop de weg inslaan van een verdraagzame en gastvrije regio die openstaat voor Europa en de rest van de wereld.
We staan voor een historische tweesprong. Ofwel komen we terecht in het immobilisme, ofwel bevrijden we ons van die eng nationalistische opstoten. Ook diegenen die tegenwoordig oproepen om niet te gaan stemmen, moeten eens heel goed nadenken. Want hun actie zou er wel eens toe kunnen leiden dat op 14 juni de radicalen en extremisten het hier voor het zeggen krijgen en we navelstarend uitdoven tot een onbetekenend gebied in het Avondland.
Mathias De Clercq
verschenen in verkorte versie in De Morgen van 6 mei 2010
|