|
Mathias vroeg aan Minister van Zelfstandigen, KMO's en Landbouw, Sabine Laruelle, om een evaluatie op te maken van het project 'Tweedekansondernemerschap' dat werd gelanceerd in maart 2010. Het project had tot doel ondernemers die een faling hadden meegemaakt te begeleiden bij het opstarten van een nieuwe zaak. Dat zowel op het vlak van management-skills, als op het vlak van kredietverstrekking. Het project werd echter geen succes. Mathias pleit er echter voor om blijvend aandacht te hebben voor deze aparte problematiek.
Mathias De Clercq (Open Vld): Mevrouw de minister, u stelde het project tweedkansondernemerschap voor in maart 2010. Door het hoge aantal faillissementen als gevolg van de crisis was het de bedoeling om ondernemers na een faling te steunen en te stimuleren bij het opstarten van een nieuwe zaak. Met dit project kon een gefailleerd ondernemer die opnieuw wilde beginnen, bij het Participatiefonds gaan aankloppen voor een aanvraag inzake krediet.
In het kader daarvan werden er kosteloze projecten voor tweedekansondernemers uitgewerkt, waarbij ook hun vaardigheden op het vlak van management werden aangescherpt. Ook was het de bedoeling om, in dialoog met de banksector, te zorgen voor sensibilisering en bewustmaking van de problematiek van gefailleerde ondernemers. Kortom, een resem maatregelen met als doel, zeer nobel en relevant, zelfstandigen opnieuw aan te zetten tot ondernemerschap na een faling.
Ook in mijn stad neem ik ter zake als bevoegd schepen daar enorm veel initiatieven voor. U hebt het zelf al gezegd en ik beaam het volledig: het stigma op een gefailleerde ondernemer is in ons land nog te groot, we moeten er samen aan werken om die drempel naar nieuw ondernemerschap te verlagen. Ondertussen zou het project stilzwijgend zijn stopgezet in juni 2011.
Mevrouw de minister, kunt u kort een evaluatie maken van het project? Waarom werd het stopgezet? Is het aantal tweedekansondernemers gestegen door uw initiatief? Hoeveel gefailleerde ondernemers zijn effectief herstart in het kader van dit nobele project? Gelooft u ook dat er een stukje mentaliteitswijziging tot stand is gekomen bij de banken, zoals het opzet was? Plant u ter zake nieuwe initiatieven op het vlak van tweedekansondernemerschap?
05.02 Minister Sabine Laruelle: Zoals vermeld in uw vraag heb ik begin 2010 een proefproject geïnitieerd binnen het participatiefonds. Het tweedekansondernemerschap is erop gericht de toegang tot krediet te vergemakkelijken voor gefailleerde ondernemers door een specifieke begeleiding voor te stellen. Op die manier kan het dossier voor aanvraag van financiering bij het participatiefonds worden verbeterd. Het pilootproject had het voorwerp moeten uitmaken van een evaluatie op het einde van het eerste levensjaar.
Door de lopende zaken heeft deze evaluatie niet plaatsgevonden. Er is dus geen stilzwijgende stopzetting geweest van het pilootproject tweedekansondernemerschap. Toch moet worden vastgesteld dat er tot dusver weinig dossiers werden ingediend bij het participatiefonds. Bovendien zal het programma van het tweedekansondernemerschap moeten worden aangepast in het kader van de toekomstige regionalisering van het participatiefonds en de overdracht van de kredietactiviteiten naar de Gewesten. Hoewel de vier in aanmerking komende operatoren - BCI, UCM, UNIZO en BEP – en het participatiefonds tijdens de proeffase meermaals hebben vergaderd onder de coördinatie van het kenniscentrum voor financiering van kmo’s, moet worden vastgesteld dat de genoemde operatoren met betrekking tot het project geen kritiek of grote suggesties hebben geuit.
We kunnen redelijkerwijs aannemen dat de belangrijkste problemen zich enerzijds eerder bevinden op het niveau van de vraag naar kredieten dan anderzijds op dat van het aanbod. Ik denk dat het programma tweedekansondernemerschap als zodanig niet volstaat om een mentaliteitswijziging teweeg te brengen, of het nu bij de banken is of bij de samenleving in zijn geheel. Daarom heb ik op verschillende niveaus gewerkt, en zal ik dat ook blijven doen, van de hervorming van de aansprakelijkheid van de bankier-kredietverstrekker, die onder de vorige legislatuur werd voorbereid, tot de hervorming van het faillissementrecht, met name de aspecten verbonden aan de verschoonbaarheid en/of de versnelling van de procedures met het oog op het eerder herstarten van een beroepsactiviteit. Dat laatste punt maakt trouwens deel uit van het regeerakkoord.
05.03 Mathias De Clercq (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, ik dank u voor uw eerlijk antwoord. Wij stellen immers vast dat er weinig dossiers zijn ingediend.
05.04 Minister Sabine Laruelle: Er zijn inderdaad heel weinig dossiers ingediend.
05.05 Mathias De Clercq (Open Vld): Het is dus goed dat u in uw hoedanigheid van minister opnieuw het initiatief neemt, om ook op andere niveaus tot een versterking te komen, bijvoorbeeld door kredietverstrekking.
U kaart ook heel terecht aan dat het belangrijk is om nu al, in voorbereiding van de staatshervorming inzake de overheveling van het Participatiefonds naar de deelstaten, goede afspraken te maken en nu al met uw collega’s op andere niveaus gesprekken op te starten, teneinde de bekendmaking te verbeteren en de aanpak op diverse fronten te versterken.
Kredietverstrekking is ter zake inderdaad een van de meest fundamentele zaken.
Het is ook goed om met de UNIZO’s van deze wereld en andere zelfstandigenorganisaties verder de kar te duwen.
|