Parlementaire vragen

Betalingstermijn plafonneren!

Mathias vroeg aan Minister van Zelfstandigen, KMO en Landbouw, Sabine Laruelle, naar een stand van zaken betreffende de omzetting van een Europese richtlijn die voorziet in een plafonnering van de betaaltermijn van facturen tussen bedrijven op 60 dagen. Zelfstandigenorganisaties melden immers een forse stijging van het aantal wanbetalingen tussen bedrijven, wat leidt tot een negatieve kettingreactie. Mathias pleit dan ook voor een versnelde omzetting van de betreffende richtlijn omdat die alvast de betaaltermijnen tussen bedrijven plafonneert, wat bevorderlijk zou zijn voor onze ondernemingen. In Franrkijk werd immers ook een dergelijke regeling ingevoerd in 2009, wat een gunstig effect had op de betaaltransacties tussen bedrijven.

Mathias De Clercq (Open Vld): Mevrouw de minister, net als enkele collega's verwijs ik naar het toegenomen aantal wanbetalingen bij Belgische ondernemingen. De statistieken werden al vermeld. Het aantal niet tijdig betaalde facturen nam de afgelopen tijd sterk toe. Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen speelt daarbij kort op de bal.

Het gevolg is een negatieve outflow. De heer Uyttersprot heeft gezegd dat de redenen voor het over de kop gaan diffuus zijn, maar dit kan er uiteraard toe bijdragen. Uw collega, de toenmalige minister van Economie, Van Quickenborne zorgde tijdens het EU-voorzitterschap eind 2010 voor een doorbraak inzake een Europese richtlijn die het plafond voor betaaltermijnen op 60 dagen instelt.

Tegen 16 maart 2013 moet die richtlijn in Belgische wetgeving omgezet zijn. Volgens mij is dit een prioritair dossier. Daarom heb ik de volgende vragen. Wat is de stand van zaken in de omzetting van de Europese richtlijn? Verwacht u obstakels bij de omzetting? Welke termijn stelt u voor om die richtlijn om te zetten en desgevallend nog verder te gaan? Het spreekt voor zich dat dit voor onze bedrijven een heel belangrijke problematiek is.

Minister Sabine Laruelle: Mevrouw de voorzitter, collega’s, wat betreft de wanbetalingen aan ondernemingen bestaan er bijna geen door de overheid uitgewerkte statistieken.

Het is echter algemeen bekend dat sommige ondernemingen in periodes van economische onzekerheid de vervelende neiging hebben om klantenrekeningen als een instrument voor financieel beheer aan te wenden, wat in zekere zin neerkomt op opzettelijke vertraging bij betalingen.

In de economie is alles met elkaar verbonden en de in de loop van 2011 vastgestelde verhoging van faillissementen van ondernemingen, heeft uiteraard een negatieve invloed op de financiën van de schuldeisers.

De maatregel die de meest structurele uitwerking zou moeten hebben, is natuurlijk de Europese richtlijn van 16 februari 2011 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze wordt momenteel door mijn collega van Justitie in nationaal recht omgezet.

U weet ook dat de betalingsbevelprocedure, reeds opgelegd door een Europese richtlijn in geval van grensoverschrijdende facturen, feitelijk bestaat, maar dat het regeerakkoord erin voorziet te waken over de correcte toepassing ervan in België.

De omzettingstermijn in nationaal recht loopt af op 16 maart 2013. Hoewel de omzetting van deze richtlijn een aanzienlijke wijziging oplegt van de wetgeving, wil ik dat alles wordt in het werk gesteld om deze richtlijn zo snel mogelijk om te zetten.

Ik herinner u eraan dat de regering onmiddellijk heeft gereageerd op de gevaren die zijn ontstaan door de crisis van 2008. In het kader van het herstelplan om de betalingsachterstand van de overheid weg te werken, werd een eerste bedrag van 400 miljoen euro vrijgemaakt. Parallel kunnen kleine ondernemingen en zelfstandigen een aanvraag voor een Casheolening indienen bij het Participatiefonds. Dit instrument is bestemd om de vorderingen die kleine ondernemingen hebben bij overheidsinstellingen, kapitaalsvennootschappen en/of vennootschappen van publiek recht, te mobiliseren.

Ook hier beschouw ik de richtlijn inzake betalingstermijnen als het beste antwoord omdat deze striktere voorwaarden oplegt voor de overheid dan voor de ondernemingen die nog een zekere contractuele vrijheid genieten, waarbij de boetes voor laattijdige betaling en de maximale termijnen op voorhand worden bepaald.

Wat betreft het bevorderen van andere maatregelen die u nodig acht, zal ik in mijn hoedanigheid van minister van kmo’s luisteren naar elk voorstel dat de zelfstandige organisaties zouden formuleren.

Voor verdere details en meer uitvoerige informatie betreffende de omzetting van richtlijn 2011/7/EU dient u zich te richten tot de minister van Justitie.

Mathias De Clercq (Open Vld): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Er is een consensus. U hebt zeer duidelijk het kader geschetst. Ik meen dat wij allen samen uw goede collega Turtelboom moeten aanmanen om zo snel mogelijk tot de omzetting over te gaan. Het zou inderdaad interessant zijn om in overleg met uw diensten te bekijken of het op het terrein en vanuit de administratie al vroeger gerealiseerd kan worden. Zoals u zelf terecht zei, is dat heel belangrijk voor onze bedrijven.


Gepubliceerd op: 26-01-2012

Terug naar overzicht

In de pers

Wilde dieren palmen leegstaande panden in
11-05-2012 | De Gentenaar

'Meer woningen en ruimte voor auto én fiets'
07-05-2012 | De Gentenaar

Bitse verkiezingsstrijd op komst
07-05-2012 | De Gentenaar


›› Overzicht
Dromen van Gent

Het boek Dromen van Gent van Mathias De Clercq

Nieuwsbrief

Netwerk

In beeld


Agenda

23
jun
Vooruit